Man zijn is fantastisch.
Hij krijgt beter betaald voor hetzelfde werk, grijze haren en rimpels maken hem aantrekkelijk en zelden
vindt hij zijn eigen gedrag aanstootgevend. En, mannen zijn onderling -bewezen- een stuk toleranter dan vrouwen . Toch?
Journaliste Mireille Capiau en fotografe Caro Bonink onderzoeken wekelijks de wondere wereld van de man.

vrijdag 8 april 2011

IN DE PUT


Het is een kille donderdagnacht. De Amsterdamse Vijzelgracht is leeg, op een enkele fietser na. Het midden van de oude drooggelegde gracht is omgegeven door hekken. Achter de hekken brand een flauw licht uit een gat dat diep naar beneden rijkt. Daar beneden is een ander, onbekend Amsterdam. Het is de ondergrondse wereld van de omstreden Noord/Zuidlijn.

Een grote man met een witte helm, fel gekleurde veiligheidsjas en laarzen daalt een trap af en verdwijnt in het lichtende gat.  Hij kijkt op zijn horloge. Twaalf uur. Twee anderen volgen hem.  Sinds een paar weken wordt er ook ’s nachts gewerkt aan de Amsterdamse metrolijn.

12.01u In juni moeten alle voorbereidingen –waaronder materiaalsluizen- af zijn om aan de diepere laag van de stations te kunnen beginnen. Daar zal op zo’n 26 meter diepte aan de volgende fase onder verhoogde luchtdruk worden gewerkt. Dat is vergelijkbaar met de druk waar duikers mee te maken krijgen bij een diepte van meer dan 20 meter onder water. De mannen van ondermeer de Duitse aannemer Max Bögl werken ’s nachts. Tegelijkertijd wordt overdag het reguliere bouwproces voortgezet. Om vertraging te voorkomen.

12.12u ‘Smile. Welcome to hell’ staat er op de muur geschreven bij de trap die naar beneden leidt. Ronnie Spehr, de dertigjarige Duitse assistant-uitvoerder van Max Bögl die toezicht houdt in de nacht onder de grond, gaat voor verder de diepte in. Zijn taak is om te zorgen dat alles veilig, zorgvuldig en op tijd verloopt. En hij is pünktlich. Het is kil en vochtig onder de grond.

Zo’n tien mannen –voor het overgrote deel Slowaken- doen de nachtdienst op de Vijzelgracht. Ze boren, schroeven, slijpen en vlechten zo’n twaalf uur achter elkaar het metaal om de sluizen te volmaken. In de ochtend keren ze weer terug naar hun containerwoningen in Sloten. Een keer in de zes weken keren ze terug naar hun gezinnen of vriendinnen in Slowakije. Ze blijven in hun ondergrondse wereld werken tot ze genoeg hebben verdiend.

12.31u De werkzaamheden in het gangenstelsel zijn risicovol en de mannen moeten alert en uitgerust zijn. Op de Vijzelgracht is nog nooit een ernstig ongeluk gebeurd. En als het aan assistent-uitvoerder Ronnie Spehr ligt zal dat ook niet gebeuren. Sinds twee maanden werkt hij aan de Noord Zuidlijn.
Oorspronkelijk komt hij uit Oost-Berlijn. In Duitsland was hij timmerman. Hij is gescheiden en woont inmiddels sinds vier jaar permanent in Nederland. Ronnie’s haviksogen spieden heen en weer langs alle werklieden. Af en toe spreekt hij een woord Duits tegen ze. Stoïcijns gaan ze door met hun werk.

12.54u De ondergrondse wereld van de Noord Zuidlijn doet nog het meest denken aan een oude mijn. Een vlechtwerk van trappen, vakkundig gegraven schachten, grote machines, neon-tekeningen op de muur die aangeven waar de boren doorheen gaan. Kou, vocht, zand en mannen. Bevuild, met helmen op. Tegen elkaar spreken ze in hun eigen taal. Hun enige doel lijkt het vlechtwerk afmaken. Zo ’s nachts is de sfeer ondergronds bijna meditatief.

1.16u Een enkeling van de mannen verstaat Duits. De meesten niet. Wat de communicatie erg bemoeilijkt.  Af en toe wordt met handen en voeten duidelijk gemaakt wat er van hen verwacht wordt. Vaak is het onduidelijk. Het zijn over het algemeen gewone bouwvakkers, legt Ronnie uit. Geen specialisten. Gewone mannen ondergronds in de bouwput van de Noord/Zuidlijn meer dan het dubbele geld kunnen verdienen voor hetzelfde werk als in hun land van herkomst. Geld speelt sowieso een grote rol. Niet alleen voor de mannen uit Slowakije, maar ook voor bekostiging van de metrolijn. Het zijn goedkope krachten. De eventuele spraakverwarring wordt op de koop toe genomen.

1.23u Ronnie veegt wat koud zweet van zijn voorhoofd en banjert stevig door de tunnels. In gebroken Nederlands legt hij uit hoe alles technisch in elkaar steekt. Zijn vroegere leven in Duitsland, zijn ex-vrouw en kinderen zijn geen gespreksonderwerp. Zijn leven is nu hier. In de put. En af en toe boven.

1.58u Een groepje van vijf mannen draait een shaggie. Het zijn de Nederlandse werkers van het bedrijf Saan, in Amsterdam bekend van de verhuizingen. Ze zijn gestopt met hun werk en roepen. Pauze. Ze zijn verbaast om op dit tijdstip vrouwen ondergronds te zien. Verlegen en lachend kijkend ze naar de neuzen van hun laars. Geen machogedrag. Eerder ongemakt. En ook overdag komt er sporadisch iemand van het andere geslacht voorbij.

2.31u Voor de mannen van Saan is het officieel de laatste nacht. Dan gaan ze weer door naar een ander project waar ze moeilijk en zwaar werk kunnen doen. Mike, de meest spraakzame van de groep, vertelt dat hij geen ander werk meer zou willen. Hij heeft weinig slaap nodig en veel vrijheid. Slopen, timmeren, lassen en schroeven is zijn hobby. Vroeger werkte hij in een club, als barman in een kroeg, maar in dat feestwereldje wil hij niet oud worden. Onder de grond kan hij meer verdienen, vindt hij rust en het is beter voor zijn gezondheid en relatie. 

2.35u De andere mannen zetten hun helm en veiligheidsbril weer op. De sigaretten worden gedoofd. Ze hebben weinig behoefte aan een gesprek. Het werk moet af. En de machines worden weer gestart. Voor de mannen in de put lijkt het een gang naar een beter bestaan. Of door een netwerk van tunnels gescheiden van hun eenzame leven boven de grond. Beneden is eenzaamheid geoorloofd. Het gedril van de machines verdrijven eventuele gedachten eraan. Ook Ronnie geeft stilzwijgend aan dat het tijd is het werk in de put zonder kijkers verder voort te zetten. De komst van vrouwen haalt wellicht pijnlijk in de put ontoelaatbare herinneringen op.

2.47u De lift gaat weer omhoog. Door het gat van licht terug naar de bovengronde Vijzelgracht. Voor mannen als Ronnie en Mike lijkt de ondergrondse wereld in de put een prettige ontsnapping. Baas zijn in je eigen wereld en alleen met je gedachten en monotone dreun van de machines op de achtergrond. Als de electronische beats op een dancefeest in een club. Waarbij je in je eentje danst en je de rest vergeet.